Andijk


Andijk

Geschiedenis

Andijk en de regio, vroeger en nu

Westfriesland
De streek Westfriesland ligt ongeveer midden in Noord-Holland, tussen de Noordzee en het IJsselmeer. Het gebied is ongeveer 39.000 ha groot en heeft een rijke en veelzijdige agrarische traditie. Tot op de dag van vandaag is het een centrum van eigentijdse land- en tuinbouwactiviteiten. Door deze ligging hebben we hier een schoolvoorbeeld van het "zeeklimaat".

Relatief zachte winters met minder kans op nachtvorst in het voor- en najaar. Hierdoor hebben we een duidelijk langer teeltseizoen. De zomers echter zijn koeler, waardoor de gewassen en dieren van nature
sterker en gezonder zijn. De bodem bestaat voornamelijk uit lichte zeeklei, plaatselijk afgewisseld met een zanderige kreekrug of veenlagen.

Al voor onze jaartelling vestigden mensen zich in Westfriesland. Zij bewoonden de flanken van de hoger gelegen kreekruggen en namen vanaf deze plaatsen de omringende gebieden in gebruik. Vervolgens ontstond door het stijgen van de zeespiegel een voor de landbouw ongeschikt gebied van veenmoerassen. Ongeveer 1000 jaar geleden werd Westfriesland weer bewoonbaar. Pas na het voltooien van de Westfriese Omringdijk in de dertiende eeuw was permanente bewoning mogelijk. Westfriezen leverden, net als andere bewoners van de lage landen, een voortdurende strijd tegen het water.

Het harde bestaan vormde de mensen die met een ijverige vasthoudende levenswijze hun gezinnen onderhielden en een agrarisch gebied ontwikkelden. Tuinbouw en veeteelt maakten Westfriesland tot een agrarisch centrum met naam. Productie en ook veefokkerij en veredeling van bloembollen, groente en fruit zijn de laatste honderd jaar de succesfactoren van dit gebied. Een gebied dat ook gedurende de laatste decennia in de storm van allesveranderende nieuwe ontwikkelingen, laat zien. (Bron: WestfriesProduct.nl)

Andijk
Andijk als zelfstandige gemeente bestaat nog geen 200 jaar. In het begin was het niet veel meer dan een verzameling huizen tussen aanduidingen als Kathoek en Fluithoek, letterlijk ‘aan de dijk’ gelegen. Na eeuwen van bestuurlijk gerommel in dit deel van West-Friesland werd het gebied in het midden van de zeventiende eeuw eerst kerkelijk zelfstandig en kwam er later onder de Fransen een eigen burgerlijk bestuur. In 1811 eerst nog samen met Wervershoof en na de losmaking van Wervershoof zes jaar later als op zichzelf staande gemeente.

Omstreeks 1660 woonden er hooguit een paar honderd mensen aan de dijk, waaraan op het westeinde in 1667 een eenvoudig kerkje werd gebouwd. Eromheen ontwikkelde zich een buurtje, min of meer de kern van de groeiende gemeenschap. In 1811 telde Andijk 200 huizen en 1160 inwoners, voornamelijk Nederlands Hervormd. Ze hadden 1000 ha. grasland en 100 ha. bouwland tot hun beschikking. Er was op het Buurtje een school en er kwam een raadhuis. In het jaar 1836 scheidden de Gereformeerden zich af van de Hervormden. Voor het eerst begon zich een duidelijke verzuiling af te tekenen, die later tot spreiding van de inwoners en mede daardoor ook tot een veranderde sociale structuur van het dorp leidde.

In het begin van negentiende eeuw is er langs de dijk een vrijwel aangesloten lintbebouwing ontstaan, vanaf de grens met Enkhuizen in het oosten tot aan die met Wervershoof in het westen over een lengte van circa 7,5 km. Veeteelt was de belangrijkste inkomstenbron. Na 1850 ook akkerbouw en zaadbouw en rond de eeuwwisseling is Andijk definitief een tuinbouwdorp geworden. Het inwonertal verdubbelde tot ruim 2500. Bij afwezigheid van een dorpskern ontstonden op verschillende plaatsen langs de dijk buurten van tuindershuisjes: Bangert, Krimpen, Munnikij, Kerkbuurt, Geuzenbuurt, Broekoord.

De storm die Andijk bijna verwoestte
In januari 1916 woedde er een hevige storm en tal van dijken om de Zuiderzee bleken te laag en te zwak. Op enkele plaatsen braken de dijken zelfs door. Ook hier had de dijk het zwaar te verduren en hield ternauwernood stand. Na de storm verdween de smalle rijweg op de dijk en werd de dijk verzwaard en een meter opgehoogd. Aan de voet van de dijk kwam de nieuwe Dijkweg. Zo’n 300 opstallen moest worden gesloopt of verplaatst. In de polder ontstonden nieuwe wijken langs nieuwe wegen. Er moesten 25 nieuwe bruggen worden gebouwd. De Kleingouw werd daardoor de belangrijkste doorgaande weg. Ook de Knokkel, Middenweg, Hoekweg en Molenweg dateren uit die tijd. Andijkers moesten na eeuwen van de dijk af. De stormramp zorgde ook voor een versnelde drooglegging van de Zuiderzee. Nog in het stormjaar 1916 werd een wetsontwerp voor de drooglegging aangenomen en tien jaar later werd begonnen met de bedijking van de Andijker Proefpolder. Op 18 augustus 1927 viel deze polder droog.

Door de bouw van het poldergemaal Het Grootslag (nu het Poldermuseum) in 1871 en de uitbreiding daarvan in 1883 werden molens voor de waterhuishouding overbodig. De tuinders gingen zich meer oriënteren op de bloembollencultuur, die een van de voornaamste bronnen van inkomen in Andijk werd. In de crisisjaren verlieten veel kleine tuinders het dorp of emigreerden. De oorlog ging aan Andijk zelf betrekkelijk rustig voorbij. De polder vormde door z’n ontoegankelijkheid wel een ideaal toevluchtsoord voor wie moest onderduiken. Na de oorlog volgde een emigratiegolf. Met als uitschieters de jaren 1947-1953 vertrok tot 1965 bijna 15% van de bevolking, voor het merendeel naar Canada. Oorzaak waren de slechte economische omstandigheden in de tuinbouw.

Verkaveling schept groeikansen
Van een rendabele bedrijfsvoering in Andijk kon pas sprake zijn na de daadwerkelijke ruilverkaveling van de polder Het Grootslag tussen 1973 en 1979. Daarmee heeft de complete metamorfose van het landschap van Andijk door de overgang van de vaar- naar rijpolder, zijn beslag gekregen. Steeds meer bedrijven verplaatsen zich vanaf 1974 dan ook vanuit de lintbebouwing naar de verkaveling. En dat schept ruimte voor een echt centrum van het dorp, met een raadhuis, postkantoor, zwembad, dorpshuis, een eigen winkelcentrum (1973). Maar toch vooral woningbouw, waardoor het inwonertal weer kan groeien. Dat gebeurt ook en vooral door import van stedelijke bevolking. De Bangert ontwikkelt zich tot een tweede woonkern. Sinds 1 januari 1979 is de gemeentelijke herindeling van West-Friesland Oost een feit. De grillige zuidgrens van de gemeente is daarbij in zuidelijke richting verplaatst en ligt nu in het midden van het water van de Kadijk, waarmee het grondgebied van de gemeente naar 2260 ha werd uitgebreid . En per 1 januari 1990 is daaraan door een bestuurlijke indeling van het noordelijk deel van het IJsselmeer een aanzienlijk gedeelte IJsselmeerwater toegevoegd. De oppervlakte van de gemeente is hiermee gekomen op 4770 ha en het inwonertal inmiddels op 6.420.


A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |




A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |



Luberth's Plotter | www.Gravosoft.com | www.GravoMaster.com
Analog & Digital propeller clock

11-13-2005 01:14:22
Convert / Rebuild old PenPlotter to Vinyl cutter?

Google

Search mode: "AND" "OR"



Money didn't matter yesterday.